De strijd om inkomen

Kolhorn is ontstaan op de kruising van de omringdijk met een veenstroom. Op deze plek werd een spuisluis gebouwd (ca. 1250) en in de loop der eeuwen ontwikkelde zich om deze sluis wat bebouwing en tenslotte het dorp. Kolhorn is voor het inkomen van de bevolking voor een groot deel afhankelijk geweest van de zee Lichterschepen voeren van en naar Amsterdam om lading van de grote V.O.C schepen over te nemen en te vervoeren.

Een andere bron van inkomsten diende zich aan in 1845, toen de Waard- en Groetpolder droog kwamen te liggen. De meekrap groeit goed op zilte grond en de wortels daarvan werden gebruikt om er een rode kleurstof uit te bereiden: kraplak rood. Door de komst van de kunstmatige kleurstoffen (ca. 1875) ging men op zoek naar andere inkomstenbronnen.
Vanaf omstreeks 1880 kwamen er grote scholen ansjovis naar de Zuiderzee. Kolhorner vissers maakten hier dankbaar gebruik van door met speciale ansjovisboten (Staverse jollen) deze te vangen, te plukken en schoon te maken. Dit bracht een grote bedrijvigheid met zich mee tot 1932, omdat door de inpoldering van de Wieringermeer, Kolhorn van de zee werd afgesloten. Maar het nieuwe land dat ontstond gaf ook weer werkgelegenheid en dus inkomen voor de lokale bevolking.

In het museum is een goed overzicht gegeven van de strijd om inkomen door allerlei werktuigen, vissersattributen etc.