De strijd voor voedsel

Op het oude land rondom Kolhorn werd (en wordt) voornamelijk veeteelt bedreven. Vooral de nieuwe polders die Kolhorn omringen worden intensief voor de landbouw gebruikt In het begin was er veel meekrap cultuur, later tarwe, rogge, haver, gerst, bonen, vlas, maanzaad klaver, erwten en aardappelen. Ook karwij was een veel geteeld landbouwgewas. Het karwijzaad werd o.a. gebruikt om vlooien te bestrijden In de stromatrassen van soldaten werd altijd een paar handjes karwijzaad gedaan...

De meekrapcultuur was de belangrijkste teelt tussen 1850 en 1900. Meekrap bevorderde tevens de grondstructuur zodat daar later andere gewassen op verbouwd konden worden.

Maar ook het water leverde voedsel op. Op de Zuiderzee werd op ansjovis en haring gevist De binnenwateren leverden veel paling op. Met fuiken of een ‘aalkub’ ving men de paling die na de vangst werd gerookt.
In het museum zijn van de werktuigen vele voorbeelden te vinden Tevens is er een schaalmodel van een vissersboot met daarnaast, in de haven van Kolhorn, een replica op ware grootte.